Overslaan naar inhoud
Nederlands
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Interchange ++ Calculatie

 Hoe werkt Interchange++ en hoe worden de kosten berekend?

Bij kaartbetalingen met bijvoorbeeld Visa en Mastercard kunnen verschillende prijsmodellen worden gebruikt. Een veelgebruikt model is Interchange++, ook wel IC++ genoemd.

Bij Interchange++ betaal je niet één vast tarief waarin alle kaartkosten zijn verwerkt. De daadwerkelijke kosten van een transactie worden opgebouwd uit verschillende componenten. Hierdoor is beter zichtbaar welke kosten afkomstig zijn van de kaartuitgever, het kaartnetwerk en PAY.

Wat is Interchange++?

De kosten van een kaarttransactie bestaan bij Interchange++ in de basis uit drie onderdelen:

Interchange + Scheme Fees + PAY-vergoeding

Of kortweg:

IC + +

De uiteindelijke kosten kunnen daardoor per transactie verschillen.

1. Interchange Fee

De Interchange Fee is de vergoeding die wordt betaald aan de kaartuitgevende partij, meestal de bank van de kaarthouder.

De hoogte van interchange kan onder andere afhankelijk zijn van:

  • het type kaart;
  • debit of credit;
  • consumer of commercial/business;
  • het land waarin de kaart is uitgegeven;
  • het land van de merchant;
  • de manier waarop de betaling wordt uitgevoerd;
  • de toepasselijke regels van het kaartnetwerk.

Voor veel gereguleerde consumentenkaarten binnen de EER gelden wettelijke maxima voor interchange. Voor bepaalde andere kaarten, zoals commercial cards of kaarten die buiten de EER zijn uitgegeven, kunnen andere en hogere tarieven gelden.

2. Scheme Fees

Scheme Fees zijn kosten die het kaartnetwerk, bijvoorbeeld Visa of Mastercard, in rekening brengt voor het verwerken en faciliteren van kaartbetalingen.

Dit is niet noodzakelijk één vast percentage. Afhankelijk van de transactie kunnen meerdere scheme fees van toepassing zijn.

De hoogte kan bijvoorbeeld worden beïnvloed door:

  • het kaartnetwerk;
  • het land van de kaart;
  • het land van de merchant;
  • het type transactie;
  • e-commerce of fysieke betaling;
  • gebruikte authenticatie;
  • valuta;
  • internationale of domestic verwerking;
  • aanvullende diensten van het kaartnetwerk.

Scheme fees kunnen bestaan uit percentages, vaste bedragen of een combinatie daarvan.

3. PAY-vergoeding

Boven op de interchange- en scheme-kosten wordt de overeengekomen vergoeding van PAY berekend.

Afhankelijk van de overeenkomst kan deze bijvoorbeeld bestaan uit:

Interchange + Scheme Fees + 0,XX% + €0,XX

De exacte opslag is afhankelijk van de commerciële afspraken met PAY.


Voorbeeld van een Interchange++ berekening

Stel dat een klant een betaling doet van €100,00.

Voor deze voorbeeldtransactie gelden:

Onderdeel Berekening Kosten
Interchange 0,30% €0,30
Scheme Fees 0,12% €0,12
PAY-opslag 0,20% €0,20
PAY transactievergoeding vast €0,10
Totale kosten   €0,72

De effectieve kosten voor deze betaling zijn in dit voorbeeld:

€0,72 / €100,00 = 0,72%

Dit is uitsluitend een rekenvoorbeeld. De werkelijke interchange- en scheme fees kunnen per transactie verschillen.


Waarom verschillen de kosten per transactie?

Een belangrijk kenmerk van Interchange++ is dat twee betalingen van hetzelfde bedrag niet noodzakelijk dezelfde kosten hebben.

Stel dat twee klanten allebei €100 betalen.

De eerste klant betaalt met een gereguleerde Europese consumer debit card. De tweede klant gebruikt een zakelijke creditcard die buiten de EER is uitgegeven.

Hoewel het transactiebedrag gelijk is, kunnen de onderliggende interchange- en scheme fees aanzienlijk verschillen.

Bijvoorbeeld:

Transactie A Transactie B
Transactiebedrag €100,00 €100,00
Interchange €0,20 €1,80
Scheme Fees €0,10 €0,35
PAY-vergoeding €0,30 €0,30
Totale kosten €0,60 €2,45